Jo Crepain
Biografie :
Jo Crepain (Brugge,
21
oktober 1950
– Antwerpen,
20
december 2008[1])
was een Belgisch
hedendaags architect.
Hij ontwierp vooral kantoorgebouwen en scholen in postmodernistische
stijl.
Crepain studeerde af als
architect (1973) en stedenbouwkundige
(1977) aan het Henry van
de Velde Instituut te Antwerpen.
Hij woonde het grootste deel van zijn leven in Kapellen
en werkte als docent aan de Academie van Gent,
de Academie
van Bouwkunst te Rotterdam
en het Henry van de Velde Instituut te Antwerpen.
In 1974 werd zijn eerste
werk, een woning voor kapper Wim Roels aan de Hoevensebaan te Kapellen, bekroond
met de Prijs Robert Maskens, de belangrijkste Belgische architectuurprijs. Zijn
eerste werk was verwant aan dat van Bob Van
Reeth, het bureau BARO
en Herman
Hertzberger.
Van 1975 tot 1981 was hij
lid van de ontwerpcoöperatie SILO.
In 1986 richtte hij Jo Crepain
Architect nv op en in 2006 Crepain Binst Architecture, een
samenwerking met Luc
Binst.
Internationaal bekend is
zijn woning De Wachter in 's
Gravenwezel (1982).
In 1993 is hij auteur van
de renovatie van het UCO gebouw te Gent.
Zijn bekendste
kantoorgebouwen zijn Renson te
Waregem
(bekroond met een Energie Award in 2003) en Telindus
te Haasrode.
Hij won ook de
ontwerpwedstrijden voor een campus van de Universiteit
Antwerpen (tegenover de Sint-Jacobskerk,
1997) en een campus van de Arteveldehogeschool
te Gent (Kantienberg, in aanbouw) en was laureaat voor de bouw van een campus
voor de Katholieke
Hogeschool Leuven.
Andere bekende ontwerpen
zijn een nieuw stadhuis
te Lommel
en het appartementencomplex Pothoofd
te Deventer.
Hij pleitte voor een
zeker chauvinisme in de zin van meer kansen voor jonge architecten van eigen
bodem door middel van ontwerpwedstrijden. Daarnaast was hij een overtuigd
Flamingant[2].
Jo Crepain won in zijn
carrière meerdere prijzen, waarbij de Premio internazionale di architettura Andrea
Palladio (1988) het meest in het oog springt.
Hij stierf op 20 december
2008 aan de gevolgen van kanker.
Project : DETACHED HOUSE Meise
scription:
Een wit bepleisterd huis profileert zich als een blokvormig
voorwerp aan de achterzijde, wordt ondersteund door de kelder en twee lichte
steunpunten aan de voorzijde. De overkraging aan de voorzijde zorgt voor een
lichte spanning op de smalle toegangsweg en onderliggende functies. De concrete
lade of helling in het landschap met de statige trap geeft toegang tot de
centrale glazen balk met hal en laterale carports, als gevolg schuif je bijna in
het huis.
De trap is de spil van het huis en verdeelt de ruimte in een voorste en achterste zone waardoor alle ruimten genieten optimaal zicht en zonlicht. Zo krijgen ouders en kinderen hun eigen grondgebied. Het venster is de grens tot aan de randen van de ruimte en raakt de verwrongen lijn van de bepleistering, die klapt als een licht silhouet rond de ruimte en wikkelt het huis als de huid van een complex programma.
De trap is de spil van het huis en verdeelt de ruimte in een voorste en achterste zone waardoor alle ruimten genieten optimaal zicht en zonlicht. Zo krijgen ouders en kinderen hun eigen grondgebied. Het venster is de grens tot aan de randen van de ruimte en raakt de verwrongen lijn van de bepleistering, die klapt als een licht silhouet rond de ruimte en wikkelt het huis als de huid van een complex programma.
Ik vind vooral de plaatsing van de ramen in de voor- en
achtergevel mooi, het is asymmetrisch en maakt een soort S-vorm zowel in de
voorgevel als in de achter gevel. Verder vind ik de inkom ( met de trap naar
boven, onder het huis) origineel. Hij maakt zo ook direct carports voor 2 auto's
en aan de achtergevel is hiervan niets terug te
vinden.
Foto's; 




Geen opmerkingen:
Een reactie posten